Wat is feedervissen nu eigenlijk.

Feedervissen is een mooie en ontzettend leuke manier om veel witvis te vangen.

Bij het feedervissen maakt men gebruik van een werphengel, de top van de werphengel dient als beetregistratie.

Feedervissen kan daarom ook op veel soorten watertypen: kanalen, rivieren, meren en vijvers. Het geheim is dat je met de feederhengel zeer nauwkeurig een mooie voerplek kan maken door telkens een gevuld voerkorfje op je stek te werpen. Toch komt er bij het feedervissen heel wat kijken. Vaak maakt een kleinigheid het verschil tussen veel vangen en niets vangen.

Het water en de keuze van de hengel maakt ook nog verschil, maar ook het weer, stroming en wind kunnen een verschil maken.

Je kunt dus met de feederhengel op diverse watertypen vissen.

Wel is de keuze van de soort feederhengel erg belangrijk. Er zijn daarom ook diverse typen hengels in de handel, van zeer licht (winkle picker) tot lichte feeders, medium feeders en heavy feeders.

Er kan wel gezegd worden dat een winkle picker of lichte feeder geschikt is voor niet al te brede kanalen (tot 25 a 30 meter), voor meren en vijvers.

Is er bij u in de buurt bijvoorbeeld een stadsvijver aanwezig, waar men mag en kan feederen, neem dan een lichte feederhengel (winkle picker).

Een medium feeder is geschikt om afstanden tot 50 meter te gooien en met een heavy feeder is het mogelijk om nog verder te gooien, afstanden tot zelfs 100 meter zijn mogelijk, dat vergt echter wel zeer veel oefening en kracht.

Ook is het de bedoeling om zo veel mogelijk steeds op dezelfde plaats te werpen, zodat de voerplek niet te groot wordt. Om te voorkomen dat je te ver gooit of aan de andere oever vast komt te zitten, zet je de lijn vast achter de lijnclip van je werpmolen.

Neem tijdens het werpen ook een richtpunt, denk dan aan een boom of paaltje aan de overkant van het water.

Wat is nu eigenlijk het verschil tussen de feederhengel en de vaste stok?

Beide soorten hengels zijn geschikt om witvis te vangen.

Over het algemeen wordt met de feederhengel minder vis gevangen dan met de vaste stok, maar wel grotere en dus zwaardere vis.

Met de feederhengel is het mogelijk om op afstanden te vissen die voor de vaste stok onbereikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld de tegenoverliggende oever van een kanaal of het midden (en diepste gedeelte) van het water.

Met de feederhengel wordt dus passief gevist, het aas en de voerkorf liggen op de bodem en kan hooguit wat naar je toe getrokken worden.

Met de vaste stok kan secuurder gevist worden, er kan gevarieerd worden in diepte waarop het aas wordt aangeboden en het is mogelijk om het aas te bewegen.

Brasem en met name grote brasem geeft de voorkeur aan een passieve en stille aasaanbieding op de bodem en dat maakt de feederhengel bij uitstek geschikt om (grote) brasem te vangen.

Maar ook voorn, zeelt en zelfs karper zijn uitstekend te vangen met de feederhengel, voorn en zeelt zijn net zoals brasem gek op mais.